Je opvoeding en je jeugd bepalen niet altijd je toekomst. Fysiek en emotioneel geweld bij kinderen.

In dit blog wil ik gewoon een voorbeeld geven dat je opvoeding en je jeugd niet allesbepalend zijn. Je karakter, hoe jij de dingen ervaart, ziet en aanvoelt, spelen namelijk een heel grote factor. Ik wil met dit blog ook mensen aantonen dat wat er in zich het verleden ook heeft afgespeeld: het is jouw leven en jij bepaalt wie je in dit leven wil zijn, niet je afkomst en niet het voorbeeld van je ouders.


1 – Het voorbeeld

Onze familie zag er standaard uit. Pa, ma, mijn broer die 7 jaar ouder is en ikzelf.

Pa

Pa heeft altijd heel hard gewerkt op de bouw. Hij was de enige persoon die voor inkomen zorgde. Het was in die tijd ook de gewoonte op de bouw dat men voor en na wel eens een pintje ging pakken. Mijn vader had een bepaalde uitstraling: het werd altijd even stil als hij een café binnenstapte. Iedereen kende hem en niemand zou het maar gedurfd hebben om hem tegen te spreken. Tot op heden vraag ik me nog steeds af hoe hij hier in slaagde. Ik was gek op mijn vader en ik wist dat hij gek was op mij.

Ma

Ze was nog geen meter 60, had ontzettend kille ogen en als kind was ik altijd bang van haar. Alhoewel we van gewone afkomst waren, vond ze het belangrijk om zich altijd beter voor te doen. Thuis was ze dus een heel ander persoon dan buitenshuis. Ze kon mensen kleineren om zichzelf in een beter daglicht te stellen. Ze had veel aandacht nodig. En als mijn vader thuiskwam van het werk en eerst een pintje was gaan drinken, dan werd ze venijnig, ze pakte de kinderen bij de hand, sleurde ze naar pa met de woorden: ‘hier, ge moogt uw kinderen hebben want ik moet ze niet’. Ze hield ervan om mensen aan te trekken en dan weg te duwen. De situatie eindigde meestal met geweld.

Broer

Ik kan me niet herinneren dat mijn broer vrienden had. Hij is 7 jaar ouder dan ik. Dus ben ik naar dezelfde lagere school geweest als hem. Op de eerste schooldag moesten we in de klas altijd opschrijven wie je ouders, broers en zussen waren … Altijd kreeg ik als opmerking: “Oh, jij bent de zus van….” Thuis stak hij veel kattenkwaad uit met als gevolg dat er nog meer ruzie was. Hij was niet de beschermende grote broer … in tegendeel …

Mezelf

Ik ben altijd bang geweest. Bang van mijn moeder. Bang van mijn broer. De enige waar ik me goed bij voelde was mijn vader. Zelf als hij zijn controle niet meer kon beheersen. Met als gevolg dat ik heel introvert was. Toen ik mijn eigen kamer kreeg was ik blij, maar dat was van korte duur. Een paar keer per week kwam ma ’s nacht mijn kamer binnen om tegen mij te roepen. Het was altijd zo verwarrend omdat ik alweer niet wist was ik misdaan had. Maar ze vond wel altijd iets. Uiteindelijk, toen ik wat ouder werd, heb ik de sleutel van mijn slaapkamer gevonden, dus deed ik ’s nachts de deur op slot omdat ik zo bang was. Ik was zelfs zo bang dat ik als kind, een mes onder mijn kussen liggen had. School … was verschrikkelijk … geen vrienden en constant gepest worden … maar het was beter dan thuis.


2 – Normen en waarden opvoeding

Je kan dus niet zeggen dat we belangrijke waarden hebben meegekregen als kind. Veiligheid, voelde je niet. Liefde was iets wat gebruikt werd. Geweld was een manier van praten. Emotionele manipulatie was dagelijkse kost.


3 – Gevolg hiervan op de kinderen

Alhoewel mijn broer en ik dezelfde ‘opvoeding’ hadden, reageerden we beiden hierop uiterst verschillend.

Broer

Mijn broer was een muzikaal en artistiek talent. Hij volgde muziekles en zangles. Hij was zo goed dat hij altijd in de stadsschouwburg als kind mocht optreden (piano). Hij kon ook heel goed zingen (tenor). Met mijn ouders gingen we dan regelmatig naar regionale soundmixshows en waar hij altijd eerste prijs binnenhaalde. Ook mocht hij van mijn ouders een plaat opnemen.

Het zag er dus goed uit voor hem. Maar mijn broer had een ‘kantje’ en dat al van jongs af aan. Kapotsnijden van nieuw gekregen schoenen, geld stelen uit mijn ouders portefeuilles, nutteloos dingen kapot maken, …

Mezelf

Ik kan niet zeggen dat ik talenten had zoals mijn broer. Ik deed wel mijn best op school, hoe moeilijk het ook was thuis en op school. Studeren was mijn manier van vluchten en ik studeerde uit angst met als gevolg dat ik een lange tijd elk weekend aan het overgeven was. In tegenstelling tot mijn broer was ik niet op zoek naar aandacht. Ik sloot mezelf af, voelde me pas veilig als ik volledig alleen was op mijn kamer met de deur op slot. Ik had geen schoolvrienden, maar dat boeide me niet meer. Ik kwam ook nooit voor mezelf op en liet alles maar aan mij voorbijgaan. Mijn enige doel was dit alles overleven met een diploma op zak.


4 – Gevolg hiervan als volwassene

Broer

Met ouder worden werd het steeds erger: hij is opgepakt geweest voor diefstal, vechtpartijen, is voor de krijgsraad moeten verschijnen, sloeg de vader van zijn toenmalige vriendin, … Hij heeft het thuis niet makkelijk gehad, hetzelfde geweld meegemaakt als ik. Maar dat is voor mij geen excuus om hetzelfde te doen met anderen. Maar zelf als kind deed hij dit al met mij, zijn 7 jaar jongere zusje …

Mezelf

Toen ik 19 was had ik baarmoederhals kanker. Mijn moeder was van alles op de hoogte. Mijn vader niet zozeer. Mijn moeder heeft dan aan mij getoond wie ze was: thuis lachte ze me uit, buitenshuis speelde ze de zorgzame moeder. Rond mijn 21, heb ik voor de eerste keer mijn mond opengedaan tegen mij moeder. Ik ben zo kwaad geworden dat ik al mijn opgekropte woede en mijn waarheden in haar gezicht gesmeten heb. En voor de eerste keer in mijn leven waren de rollen omgedraaid: ik was niet meer bang voor haar, en dat besefte ze, want voor de eerste keer zag ik angst in haar ogen. Kort daarna is mijn vader vertrokken. Toen mijn moeder te weten kwam dat ik nog contact had met vader, heeft ze me buiten gezet.

Ik heb toen alle contacten met mijn familie verbroken. Dit was niet gemakkelijk, maar ik had hiervoor een heel goede reden: ik wilde mijn eigen leven opstarten, zonder persoonlijke bemoeienissen van mijn ouders en broer. Ik eiste ‘mijn leven als volwassene’ op. En dat heb ik me tot op heden nooit beklaagd.


5 – Mijn 2 belangrijke denkwijzes

Dat je als kind ongelukkig bent door toedoen van je ouders, daar kan je niets aan doen. Maar als je ongelukkig bent, eens je op eigen benen staat, daar ben je daar wel verantwoordelijk voor.

Het klinkt misschien heel hard, maar deze denkwijze was mijn redding. Eens het huis uit, ben je verantwoordelijk voor je eigen leven. Je maakt je eigen keuzes. Je bent zelf verantwoordelijk voor de fouten die je maakt, hoe je omgaat met moeilijke situaties en hoe je andere personen behandelt. Alleen jij bent verantwoordelijk, niet meer je ouders of je broer, niet meer je verleden, maar jijzelf.

Ik aanvaard mijn verleden. Ik vind het spijtig wat ik meegemaakt heb, maar er zijn mensen die erger meemaken. Mijn verleden heeft me ook gemaakt tot wie ik nu ben. En ik ben blij met de persoon die ik ben.

Ik zie mijn verleden als een leerschool. Ik heb gezien hoe het ‘niet’ moet. Klinkt misschien raar. Ook voel ik me niet meer slecht over mijn verleden. Het zou best erg zijn als ik nu nog zou zitten wenen over iets wat zo lang geleden is gebeurd. Zoveel kracht ga ik mijn moeder en broer over mij echt niet geven. Ondertussen sta ik tenslotte al 24 jaar op eigen benen. Zoveel zelfmedelijden heb ik nu ook niet. Uiteraard heb ik up’s and down’s gehad en ben ik niet van de ene dag op de andere sterk geworden. En dat is voor mij het fijne aan ouder worden: je kan terug kijken op je leven en zien hoe je hierin evolueerde. Wie ben ik? Ik ben een vrouw van 45 jaar, die sterk in haar schoenen staat en het verleden achter zich gelaten heeft. Ik ben fier op mezelf dat ik die kracht gevonden heb. Niet bij anderen, maar bij mezelf.

You may also like...

Geef een reactie